{$lblSkipToContent|ucfirst}
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Het grootste offshorewindenergiepark SeaMade wordt de kers op de taart van een decennium ontwikkeling voor de kust van Oostende.

Er zijn al 5 parken operationeel en 3 zijn in aanbouw of voorbereiding. Tegen 2020 zullen er op zee voldoende windturbines staan voor 10% procent van de Belgische elektriciteitsvraag. VOKA intervieuwt Mathias Verkest, Christophe De Winter en

Rik Van de Walle.

Mathias Verkest (CEO SeaMade)

“In 10 jaar tijd ontstond in Oostende een bedrijfszekere offshorecluster.”

Christophe De Winter (CFO SeaMade en Rentel)

“Hoe meer onzekerheid je wegneemt, hoe beter je investeerders kunt aantrekken.”

Rik Van de Walle (CEO Aspiravi)

“Windenergie creëerde een gigantische meerwaarde voor de gemeenten.”

De offshore in West-Vlaanderen

In de big business-wereld van de energie verwierf offshore de afgelopen 10 jaar een stevig aandeel. Dappere pioniers vonden met vallen en opstaan voor de West-Vlaamse kust een ‘blue ocean’. Binnen het bereik van Oostende werden 5 windturbineparken gerealiseerd: C-Power (2009), Belwind (2010), Northwind (2014), Nobelwind (2017) en Rentel 2018). 3 projecten zijn in ontwikkeling: Norther (2019), Northwester (2020) en SeaMade (2020). Daarmee zullen straks alle concessies die de Belgische overheid toekende, ingevuld zijn. De 8 parken zullen eind 2020 samen een capaciteit van 2.262 megawatt bezitten. Hun jaarlijkse productie wordt geraamd op 8 terrawattuur. Dat is ongeveer 10% van de totale Belgische elektriciteitsvraag of het equivalent van de helft van het elektriciteitsverbruik van de gezinnen.

Tijdens het gesprek in de Royal North Sea Yacht Club in Oostende neemt niemand het elkaar kwalijk dat de blikken geregeld gretig afdwalen naar de in- en uitvarende serviceboten. Het trio aan de tafel denkt, leeft en ademt offshore. Op 3 december maakten ze bekend dat de financial close gehaald werd voor een investering van 1,3 miljard euro in SeaMade: het grootste windturbinepark dat ooit in België werd gefinancierd en gebouwd. De 58 windturbines van bijna 200 meter hoog zullen samen een vermogen van 487 MW hebben, goed voor de energiebehoefte van 485.000 huishoudens.

“Gelukkig slaagde we erin van de financiering zeer snel af te sluiten, vóór de val van de regering. Anders kwamen we terecht in een onzeker klimaat en dat is nooit goed wanneer zeer grote investeringsbeslissingen genomen moeten worden”, zegt Mathias Verkest, CEO van SeaMade.

Na Rentel wordt SeaMade het tweede project van de nv Otary RS uit Oostende. Door de omvang en dito investeringslast van de projecten is offshore-energie geen bezigheid voor solisten. Projectontwikkelaar Otary telt naast zijn 50-tal medewerkers zowaar nog een bredere schare aandeelhouders. Dat gaat van investerings- en ontwikkelingsbedrijven Green Offshore en Power @ Sea, over bagger- en waterbouwkundig specialist DEME, groene energiespelers Aspiravi (96 gemeenten) en Elicio, tot het Waalse milieubedrijf SRIW Environnement en de Vlaamse en Waalse energie- en nutsholdingbedrijven Z-Kracht/Nuhma en Socofe. Specifiek in het project SeaMade participeren ook Engie Electrabel (17,5%) en en Eneco Wind Belgium (12,5%).

Europese investeringsbank

“De omvang van een offshorewindproject vereist een goede samenwerking met overheden en administraties (FOD Economie, FOD Leefmilieu enzovoort), netwerkbeheerder Elia en energieregulator CREG. Pas wanneer die allemaal op één lijn zitten, kun je met de aandeelhouders, financiers en banken tot een financial close komen”, zegt Verkest.

Dat gebeurde begin december, vertelt CFO van SeaMade en Rentel Christophe De Winter: “Na het groene licht van de Europese Commissie voor 250 miljoen euro inbreng van de Europese Investeringsbank (EIB), konden we de financiering in minder dan 3 maanden afsluiten. Vanuit mijn vroegere bankervaring beschouw ik dat als een recordtempo. Dankzij de bewezen ervaring van het management, de aandeelhouders en aannemers, konden we een internationaal kredietconsortium vormen. Dat bestaat uit de EIB, het Deense exportkredietbureau en 15 commerciële banken uit België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, China en Japan. De groep illustreert het internationale vertrouwen in de verdere ontwikkeling van hernieuwbare energie in België.”

Mathias Verkest: “Wereldwijd verlaten overheden en investeerders het pad van de fossiele energiebronnen en springen ze op de kar van de hernieuwbare energie. Daarnaast hebben ons team, de aandeelhouders en aannemers maturiteit verworven in het realiseren en exploiteren van dergelijke projecten. In 10 jaar tijd ontstond in Oostende een bedrijfszekere offshorecluster.”

Onzekerheid wegnemen

Een van de grondleggers van de windenergie is Aspiravi uit Harelbeke, dat in 2002 werd opgericht met een 100-tal gemeenten als aandeelhouders. Gedelegeerd bestuurder Rik Van de Walle was er van bij het begin bij. “We hadden toen nooit gedacht dat er zulke evolutie zou komen. Aspiravi begon met een balanstotaal van 12,5 miljoen euro en in 2017 zaten we op bijna 1 miljard euro. We hebben dus voor de gemeenten enorm veel waarde gecreëerd, niet alleen financieel maar ook op het vlak van milieu. In het begin werkten we alleen op het land, waar we intussen een derde van de markt bezetten. Onze groei blijft daar echter steken op een falend vergunningsbeleid. Zoals voor elk bedrijf dat zijn activiteiten wil uitbreiden, staat of valt elk project met een vergunning. Dat is zeer confronterend, want hoewel de overheid al stappen vooruit zette, blijft het nog elke keer een bijzonder trage procedure met een onzekere en soms oneindige afloop. Bijvoorbeeld voor onze plannen aan de verkeerswisselaar in Oostkamp zijn we sinds 2003 al aan onze vierde procedure toe. Ik erger me daar soms aan, want er is een onderscheid tussen individueel en algemeen belang. Iedereen heeft licht nodig en moet kunnen koken. De overheid heeft toch duidelijke doelstellingen in het belang van de gemeenschap onderschreven. Dat heeft nu eenmaal zijn consequenties en zijn prijs. Maar hoe kun je nu een project opzetten als je het risico niet kunt kennen?”

Christophe De Winter vult aan: “Hoe meer onzekerheid je wegneemt, hoe beter je investeerders kunt aantrekken.” Waarop Mathias Verkest inpikt: “Voor het puur offshorewerkterrein moeten we een dikke pluim geven aan de opeenvolgende federale regeringen. Zij schetsten op de Noordzee een duidelijk wettelijk kader en laten ons daarin werken. We ondervonden wel vertraging aan land, met name bij de ontwikkeling van het Stevinproject van Elia om de elektriciteit op het net te brengen. De onzekerheid die bij een procedure voor de Raad van State hoort, treft je als investeerder in het hart.”

Rik Van de Walle: “Zo’n project steek je ook niet zomaar eventjes in elkaar: vooraleer het regulatoire kader voor het park Rentel sluitend was – inclusief het bekomen van de vergunningen en overeenkomsten – had de voorbereiding al 50 miljoen euro gekost. Voor de ontwikkeling van de toekomstige nieuwe zone voor windenergie, die in het Marien Ruimtelijk Plan (MRP) ter hoogte van de westkust ingetekend is, hopen we uiteraard dat netwerkbeheerder Elia binnen het vooropgestelde tijdsbestek mee antwoord kan bieden aan de ambitieuze plannen van de regering.”

Kerncentrales vervangen

Op termijn wordt gedacht aan offshorewindenergie om de kerncentrales te vervangen. Maar is dat mogelijk? Christophe De Winter: “Er is sowieso vervanging nodig. Wat het voor investeerders moeilijk maakt, zijn de lage en vooral schommelende marktprijzen van de elektriciteit.”

Rik Van de Walle: “Die onzekere afzetprijzen vormen een gigantisch probleem wanneer je moet investeren voor 20 of 30 jaar. We hebben bovendien een product dat we in real time en just in time moeten leveren, je kunt het niet stockeren. Om dat risico weg te nemen, heb je prijsstabiliteit nodig. Daarin is een belangrijke rol voor de overheid weggelegd.” Er zijn bovendien goede en slechte windjaren, weet Van de Walle: “In de voorbije 15 jaar lag de opbrengst soms zowel 20% boven als 20% onder het gemiddelde. Dat zijn gigantische verschillen voor een activiteit met 80% vaste kosten. Wij moeten als investeerders op lange termijn denken en zéér geduldig zijn.”

Een fraai neveneffect daarvan is het ontstaan van een Belgische offshorecluster, zegt Christophe De Winter: “We krijgen uit veel landen complimenten voor onze kennis in het bouwen, exploiteren en onderhouden van de parken. Een cruciale expertise is bijvoorbeeld het vinden van de optimale verhouding tussen het aantal windturbines en het aanwezige windpotentieel.” Mathias Verkest: “De offshore business ontwikkelde zich in Europese landen als België, Denemarken en Duitsland. Nu de interesse voor hernieuwbare energie zich wereldwijd verspreidt, krijgt de expertise die Belgische clusterbedrijven en de haven van Oostende opbouwden, een sterke rol. Nieuwe technieken bieden zich aan, zoals steeds grotere en krachtigere windturbines maar ook drijvende sokkels op diepe wateren.” “De thuismarkt speelt een zeer grote rol in het opbouwen én behouden van expertise. Wij hebben zeer veel geleerd sinds we ooit onze eerste turbines mochten installeren op de oostelijke strekdam in Zeebrugge. In 1998, toen ik bij de intercommunale WVEM werkte, was een turbine van 600 kilowatt de best beschikbare technologie. In 2005 was dat al 2 megawatt en voor SeaMade spreken we van 8 megawatt. Bedrijven als DEME in België, Siemens in Duitsland en Vestas in Denemarken werden internationale toppers door de kansen die ze in eigen land kregen én blijven krijgen. Met een goede thuismarkt word je een wereldspeler, zonder thuismarkt verdwijn je van het toneel. De competenties van onze offshore sector moeten we nu ook vertalen naar internationale opportuniteiten, besluit Rik Van de Walle.

Het grootste offshorewindenergiepark SeaMade wordt de kers op de taart van een decennium ontwikkeling voor de kust van Oostende.